Zwangerschapsdiabetes: Symptomen, dieet en de impact op de baby
Zwangerschapsdiabetes, of diabetes gravidarum, klinkt misschien eng, maar het is iets waar veel vrouwen mee te maken krijgen. Je bent niet alleen.
Het betekent niet dat je direct ziek bent, maar het vraagt wel om aandacht voor jezelf en je baby. Je leert snel hoe je ermee omgaat, zodat je straks met een gerust hart je kraamcadeaus uitpakt en volop kunt genieten van je kleintje. In dit artikel leggen we je alles rustig uit, zonder ingewikkelde termen.
Wat is zwangerschapsdiabetes (diabetes gravidarum)?
Zwangerschapsdiabetes ontstaat omdat je lichaam tijdens de zwangerschap minder goed reageert op insuline. Die insuline is een hormoon dat je bloedsuiker op peil houdt.
Insulineresistentie door zwangerschapshormonen
Door de zwangerschapshormonen, zoals progesteron en oestrogeen, raakt je lichaam soms wat minder gevoelig voor insuline. Dat heet insulineresistentie. Je alvleesklier moet harder werken om genoeg insuline te maken. Lukt dat niet voldoende, dan stijgt je bloedsuiker te hoog.
Die hormonen zijn eigenlijk best slim: ze zorgen dat je baby genoeg voedingsstoffen krijgt.
Verschil met reguliere diabetes
Maar soms schieten ze door en raakt je suikerbalans verstoord. Je merkt het vaak niet direct, maar het kan wel effect hebben op hoe je je voelt en op je baby. Het goede nieuws: na de bevalling verdwijnt deze vorm van diabetes meestal vanzelf. Het verschil met type 1 of type 2 diabetes is dat zwangerschapsdiabetes specifiek ontstaat door de zwangerschap en na de geboorte weer overgaat.
Bij reguliere diabetes is er sprake van een chronische aandoening. Bij zwangerschapsdiabetes draait het om tijdelijke aanpassingen in je lichaam. Je hoeft dus niet bang te zijn dat je er je hele leven last van houdt, tenzij je al risicofactoren hebt voor type 2.
Symptomen en het herkennen van zwangerschapsdiabetes
Veel vrouwen merken niets. De klachten zijn vaak vaag en lijken op gewone zwangerschapskwaaltjes. Toch zijn er signalen waar je op kunt letten. Herken je ze?
Veel dorst en plassen
Bespreek het dan met je verloskundige. Je hebt plotseling veel dorst en moet vaker naar de wc, ook ’s nachts.
Vermoeidheid
Dat komt doordat je lichaam probeert overtollige suiker via je urine kwijt te raken. Het voelt alsof je steeds moet drinken, maar het helpt niet echt.
Je bent sneller moe dan normaal. Je lichaam gebruikt meer energie om je bloedsuiker op peil te houden. Je voelt je uitgeput, ook al heb je genoeg geslapen.
Veel geen duidelijke klachten
Veel vrouwen hebben helemaal geen klachten. Daarom wordt er standaard een suikertest gedaan.
Zonder test merk je het pas als het al verder is gevorderd, bijvoorbeeld door een te zware baby of een plotselinge groeispurt.
Risicofactoren: Wie heeft een grotere kans?
Niet iedereen krijgt ermee te maken, maar sommige vrouwen hebben meer risico.
Overgewicht (BMI > 30)
Herken je jezelf hierin? Dan is het extra belangrijk om alert te zijn.
Erfelijkheid
Een BMI boven de 30 geeft een verhoogd risico. Je lichaam moet harder werken om insuline te produceren. Als je al wat zwaarder bent, is het extra belangrijk om je leefstijl aan te passen. Als diabetes in je familie voorkomt, loop je meer risico.
Eerdere grote baby (macrosomie)
Vooral als je ouders of broers/zussen type 2 diabetes hebben. Je genen spelen een rol, maar je leefstijl is minstens zo belangrijk.
Als je eerder een baby hebt gehad die zwaarder was dan 4.500 gram, is de kans op zwangerschapsdiabetes nu groter. Een grote baby kan ook een teken zijn geweest van suikerproblemen die toen al speelden.
De suikertest (OGTT) bij de verloskundige
De suikertest, ook wel de glucosetolerantietest of OGTT genoemd, is een standaard onderzoek rond 24 tot 28 weken zwangerschap. Het doel is om, naast het monitoren van een gezond gewicht aankomen tijdens de zwangerschap, vroegtijdig problemen op te sporen.
Wanneer wordt de test gedaan?
Meestal tussen 24 en 28 weken. Als je al eerder risico’s hebt, zoals een BMI boven 30 of een eerdere grote baby, kan de verloskundige de test eerder inplannen, soms al rond 16 weken. Eerst neemt de verpleegkundige een bloedmonster uit je vinger of arm.
Hoe verloopt de glucosetolerantietest?
Daarna drink je een zoete vloeistof met 75 gram glucose. Je moet daarna 1 uur en 2 uur wachten, en telkens wordt je bloedsuiker gemeten.
Het is even wennen, maar het duurt niet lang. De uitslag krijg je meestal dezelfde dag nog.
Het zwangerschapsdiabetes dieet: Wat mag je eten?
Goed eten is de basis van behandeling. Je hoeft niet te verhongeren, maar je let wel op wat en hoeveel je eet.
Koolhydraten spreiden
Het doel is om je bloedsuiker stabiel te houden. Verdeel je koolhydraten over de dag. Eet kleine porties, bijvoorbeeld 6 maaltijden per dag in plaats van 3 grote. Kies voor volkoren brood, zilvervliesrijst en havermout.
Vezelrijke voeding
Deze geven een langzame suikerstijging. Vezels helpen je bloedsuiker te stabiliseren.
Suikers vermijden
Eet veel groenten, fruit met schil, peulvruchten en noten. Een handje amandelen als tussendoortje is prima.
Ze bevatten weinig suiker en geven lang een vol gevoel. Let op verborgen suikers in frisdrank, sapjes en bewerkte producten. Kies voor water, kruidenthee of ongezoete melk. Snoep en koekjes beperk je tot maximaal één keer per dag, liefst na de maaltijd.
Impact en risico's voor de baby
Je baby kan last krijgen van je hoge bloedsuiker, net zoals bij complicaties door een hoge bloeddruk. De suiker gaat namelijk via de placenta naar je kindje.
Hoog geboortegewicht (macrosomie)
Dat kan leiden tot een zwaardere baby en complicaties bij de geboorte. Een baby groeit harder door de extra suiker.
Kans op vroeggeboorte
Een geboortegewicht boven de 4.000 gram is een risico. Dit kan de bevalling bemoeilijken en leiden tot een keizersnede. Als de baby te groot wordt of andere problemen geeft, kan de verloskundige besluiten de bevalling eerder in te leiden. Ook een vroeggeboorte kan voorkomen als er complicaties ontstaan.
Bloedsuikerdaling na de geboorte
Na de geboorte kan je baby een lage bloedsuiker hebben, omdat de aanvoer van suiker stopt.
Je baby moet dan extra bloedsuiker krijgen, soms via sondevoeding of glucose-infuus. Meestal is dit tijdelijk en goed op te lossen.
Behandeling: Van dieet tot insuline spuiten
De behandeling start altijd met voeding en beweging. Als dat niet genoeg is, komt medicatie erbij.
Bloedsuikerwaarden zelf meten
Het doel is om je bloedsuikerwaarden binnen de norm te houden. Je krijgt een bloedsuikermeter en leert hoe je je waarden meet.
Meestal meet je ’s ochtends nuchter en 1 uur na elke maaltijd. Je houdt een logboek bij voor je verloskundige of arts. Dit geeft inzicht in je patronen.
Wanneer is insuline nodig?
Als je bloedsuiker na 2 weken dieet nog steeds te hoog is, krijg je insuline. Dat is een injectie die je zelf onderhuids geeft, meestal in je buik of bovenbeen.
Het klinkt heftig, maar je went eraan. De dosis wordt afgestemd op je waarden. Insuline is veilig voor je baby. Onthoud: zwangerschapsdiabetes is tijdelijk en goed te behandelen, net zoals schildklierproblemen tijdens je zwangerschap extra aandacht vragen.
Met de juiste voeding, beweging en soms medicatie kom je een heel eind.
Je hoeft je niet schuldig te voelen; je doet wat nodig is voor jezelf en je kindje. En als je straks je baby in je armen houdt, weet je dat je goed voor jezelf hebt gezorgd.
