De groei van de fundus: Hoe de verloskundige je buik meet

Portret van Lisanne de Groot, kraamzorg specialist en moeder
Lisanne de Groot
Moeder en kraamzorg specialist
Zwangerschap van Week tot Week · 2026-02-15 · 8 min leestijd

Het voelt een beetje als magie, hè? Dat groeiende buikje. De ene week zit je nog met je handen te meten hoeveel plek er eigenlijk nog is, en de volgende week lijkt het alsof je ieder moment kunt bevallen.

Bij elke afspraak bij de verloskundige komt die meetlint tevoorschijn. Waarom eigenlijk?

En wat betekent die meting precies? Maak je geen zorgen, het is geen hogere wiskunde. Het is een simpele manier om in de gaten te houden of je baby goed groeit. Laten we eens kijken hoe dat precies werkt, stap voor stap.

Wat je nodig hebt: De basis van de meting

Gelukkig hoef je zelf niets voor te bereiden. Je hoeft niet te oefenen met een meetlint of je buik te smeren met speciale olie (dat mag de verloskundige wel meenemen). Jij hoeft alleen maar op de onderzoeksbank te liggen.

De verloskundige heeft drie dingen nodig: een zachte meetlint, een potje gel en haar handen.

Die gel voelt een beetje koud aan, dat is normaal. Het helpt haar om de baby en je baarmoeder goed te voelen.

Het meetlint is niet zo’n harde, stugge die je in de gereedschapskist vindt, maar een soepel exemplaar dat makkelijk om je buik buigt. Zij doet het werk; jij mag even ontspannen en rustig ademhalen.

Stap 1: De juiste houding vinden

Eerst even comfortabel gaan liggen. Je mag plat op je rug, met je benen een beetje gestrekt.

Als je in de laatste weken zit, is het soms fijner om iets op je zij te liggen of een kussentje onder je rechterheup te leggen, zodat je niet te veel druk voelt op je grote ader.

De verloskundige zal je hierbij helpen. Ze zoekt de plek op de bank waar jij het makkelijkst kunt liggen en zij goed bij je buik kan. Ze vraagt je meestal of je even je shirt omhoog wilt doen en je broek een stukje omlaag.

Ze wil je hele buik kunnen zien en voelen, van net boven je schaambeen tot bovenaan je ribbenkast. Als je een strakke broek aan hebt, is het handig om even een losse broek of een rok aan te trekken naar de afspraak. Scheelt weer gedoe.

Het moment van ontspanning

Probeer je buikspieren een beetje te ontspannen. Dat klinkt makkelijker dan het is, want je spieren spannen zich vaak automatisch aan als je weet dat je gemeten wordt. Maar als je je spieren aanspant, wordt de meting onnauwkeurig. De verloskundige kan je helpen door even te wachten tot je uitademt.

Op dat moment ontspan je vanzelf een beetje. Denk aan iets rustigs, zoals de babykleertjes die je al gewassen hebt of het ledikantje dat je net in elkaar hebt gezet.

Stap 2: De fundus voelen (palperen)

Voordat ze het lint gebruikt, gebruikt de verloskundige haar handen. Ze voelt met de bovenkant van haar handen of met haar vingertoppen zachtjes op je buik.

Ze zoekt naar de bovenkant van je baarmoeder, de fundus. Dat is het harde, ronde bolletje dat je zelf ook wel voelt als je van bovenaf over je buik strijkt. Ze begint bovenaan je buik, bij je ribben, en werkt langzaam naar beneden toe.

Ze voelt waar het harde gedeelte stopt en het zachte begint. Dat harde gedeelte is je baarmoeder.

Op het moment dat ze voelt dat het overgaat in je ribbenkast, weet ze ongeveer waar ze moet zijn. Dit is de plek die ze straks gaat meten. Dit voelt voor jou niet anders aan dan een druk op je buik, misschien een beetje een vreemd gevoel als ze de baby wat verschuiven.

Stap 3: De meting met het lint

Hier komt het lint tevoorschijn. De verloskundige rolt het lint uit en legt het vanaf je schaambeen (het botje helemaal onderop je buik) recht omhoog over je buik heen, tot precies op het punt dat ze zojuist heeft gevoeld: de top van je baarmoeder. Ze leest het aantal centimeters af op het lint.

Deze meting heet de fundus-hoogte en wordt uitgedrukt in centimeters. In het begin van je zwangerschap is je baarmoeder nog klein en zit diep in je bekken, dus dan is de meting nog niet zo interessant.

Vanaf een week of 20 tot 22 begint het echt wat te worden. Ze meet bij elke afspraak opnieuw.

De meest gestelde vraag: "Is het getal goed?" Over het algemeen geldt: de fundus-hoogte in centimeters komt ongeveer overeen met het aantal weken zwangerschap. Dus als je 28 weken zwanger bent, is de fundus-hoogte ongeveer 28 cm. Het hoeft niet perfect te kloppen; een marge van 2 centimeter is heel normaal.

Wat betekenen die getallen?

Ben je 30 weken en meet ze 28 cm? Geen paniek, dat kan.

Misschien heb je een wat langere romp of ligt de baby net even anders. Of misschien heb je net een slok water gedronken. Ze houdt deze meting bij in je dossier. Zo ontstaat er een lijntje, een groeicurve.

Let op: een meting is nooit een exacte wetenschap. Het is een indicatie. Kleine schommelingen zijn totaal niet erg.

Ze ziet of je buik in een mooi tempo groeit. Als de lijntje te veel afwijkt (te plat of te steil), dan is dat een signaal om verder te kijken.

Misschien dat ze dan een echo aanvraagt om je baby te meten.

De meting is dus een screeningsinstrument: een eerste echo bij 10 weken als check.

Stap 4: De controle van de ligging

Tegelijkertijd met de meting controleert de verloskundige vaak ook de ligging van je baby.

Terwijl ze het lint over je buik legt, voelt ze tegelijkertijd met haar andere hand naar de kont en het hoofdje. Ze bepaalt of je baby met het hoofdje naar beneden ligt (de ideale ligging), of dat hij nog in een stuitligging draait. Dit is ook het moment waarop je merkt of er sprake is van de indaling van de baby, wat voor jou niet anders voelt dan de druk van de meting.

Ze duwt soms een beetje harder om te voelen waar het harste deel zit. Het hoofdje voelt keihard aan, de kont wat ronder en zachter.

De navel als referentiepunt

Dit is belangrijke informatie, want het beïnvloedt de meting. Een baby die in de stuit ligt, zit vaak wat hoger, waardoor de fundus-hoogte iets groter kan zijn.

De verloskundige houdt hier rekening mee. Soms kijkt ze ook naar de positie van je navel. Rond de 20 weken zit je navel nog redelijk op de normale plek. Rond de 28 weken gaat hij langzaam wat vlakker liggen of zelfs een beetje naar buiten piepen.

Rond de 36 weken kan hij heel prominent naar voren staan. Dit is een leuk extra meetpunt, maar de fundus-hoogte is de officiële maat.

Als je een tweeling verwacht, is de meetmethode vaak hetzelfde, maar de getallen natuurlijk groter. De baarmoeder moet ruimte bieden aan twee baby's, dus de groei is vaak sneller en de fundus-hoogte ligt hoger dan bij een eenlingzwangerschap. De verloskundige let hier extra op.

Veelgemaakte fouten bij het meten

Er zijn een paar dingen die de meting kunnen beïnvloeden. Het is goed om je hiervan bewust te zijn, zodat je niet schrikt als de meting eens iets anders is dan je had verwacht.

  • Je blaas: Als je net voor de afspraak nog even snel naar het toilet bent geweest, is je blaas leeg. Als je een volle blaas hebt, drukt die de baarmoeder omhoog. De meting kan dan 1 tot 2 centimeter hoger uitvallen. De verloskundige zal je daarom altijd vragen of je nog moet plassen voordat ze begint.
  • De houding: Als je te veel spanning op je buikspieren houdt, kan de meting iets lager uitvallen. Probeer echt te ontspannen. Adem eens diep in en uit.
  • De baby: Soms strekt de baby zich even uit of krult zich op. Dit beïnvloedt de vorm van je buik. De meting kan hierdoor iets schommelen. Ook het vruchtwater speelt een rol. Te veel vruchtwater (polyhydramnion) geeft een grotere meting, te weinig (oligohydramnion) een kleinere.
  • Je postuur: Ben je zelf lang? Dan kan de fundus-hoogte iets hoger zijn. Ben je klein? Dan kan de meting iets lager zijn. De verloskundige kijkt ook naar jouw lichaamsbouw.

Een andere veelgemaakte fout is jezelf te vergelijken met anderen. "Bij mijn zusje was de buik veel groter op 30 weken." Dat zegt niets. Elk lichaam is anders, elke baby is anders. De groeicurve die de verloskundige voor jou bijhoudt, is het enige dat telt.

Verificatie-checklist: Klopt het?

Ben je benieuwd of de meting van de verloskundige logisch is? Je kunt dit thuis niet exact nadoen, maar je kunt wel letten op deze signalen die kloppen met een gezonde groei.

  • Het tempo: Meet de verloskundige ongeveer 1 centimeter groei per week? Vanaf week 20 tot week 34 is dat een vuistregel. Daarna vlakt de groei soms wat af.
  • Het gevoel: Voelt je buik log en zwaar aan? Groeit hij gelijkmatig? Dat is vaak een goed teken.
  • De ligging: Weet je dat je baby goed ligt? De meting klopt vaak beter als de baby met het hoofdje naar beneden ligt.
  • Je eigen toestand: Voel je je verder goed? Eet je genoeg? Slaap je een beetje? Je eigen gezondheid is de basis voor de groei van je kindje.

Als de verloskundige zegt dat de meting goed is, mag je dat aannemen. Ze doet dit vaker per week. Ze ziet de lijntjes op papier en weet precies wat normaal is voor jouw situatie, zoals ook wordt besproken tijdens de uitgebreide 20-wekenecho.

Vertrouw op haar expertise. Jij hoeft alleen maar te ontspannen, te genieten van die harde bult onder je handen en uit te kijken naar de komst van je kleintje.

Portret van Lisanne de Groot, kraamzorg specialist en moeder
Over Lisanne de Groot

Lisanne is moeder van drie en helpt al jaren ouders met het vinden van de perfecte babygeschenken.